Citaat | Raad van State 14 december 2016
Alinea 86 Raad van State 14 december 2016
Een alinea uit Raad van State 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3342.
6.2. Zoals uit artikel 3:4, eerste lid, van de Awb volgt, weegt het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. In deze bepaling is eveneens het specialiteitsbeginsel neergelegd, op grond waarvan een bestuursorgaan slechts de belangen waarvoor de desbetreffende regeling in het leven is geroepen bij zijn afweging mag betrekken. Anders dan [appellante A] en anderen kennelijk menen, betekent dit dat een begrenzing wordt gesteld aan de belangen die mogen worden afgewogen. In dit geval gaat het om de bevoegdheid voor het college om in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast een plaats aan te wijzen waar geen vuurwerk mag worden gebezigd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4117, kunnen andersoortige belangen alleen bij de beoordeling worden betrokken voor zover ze voldoende zijn verweven met de belangen die het betreffende artikel beoogt te beschermen. Naar het oordeel van de Afdeling is het financiële belang van ondernemers die vuurwerk verkopen - zoals [appellante A] en anderen - zodanig verweven met het doel van deze regeling om het gebruik van vuurwerk voor een bepaald gebied te verbieden, dat het specialiteitsbeginsel zich er niet tegen verzet dat hun belang bij de besluitvorming had moeten worden meegewogen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Dit leidt echter niet tot het door [appellante A] en anderen beoogde doel. Het college heeft in het besluit op bezwaar immers een afweging gemaakt ten aanzien van de door [appellante A] en anderen gevreesde omzetverlies, maar heeft aan dit belang geen doorslaggevend gewicht toegekend, mede omdat het omzetverlies niet aannemelijk was gemaakt. Gelet op het nadere stuk van 7 oktober 2016 van [appellante A] en anderen en hun toelichting ter zitting, is de verkoop van consumentenvuurwerk in de winkel met feestartikelen van [appellante A] met ongeveer 10% afgenomen en is die verkoop in de winkel van [bedrijf A] met ongeveer 5% afgenomen. Het college heeft deze cijfers niet betwist. Ten aanzien van [bedrijf B] zijn geen cijfers overgelegd. Hier tegenover staat het in de considerans van het Aanwijzingsbesluit genoemde belang van het voorkomen van gevaar en overlast voor winkelend en uitgaand publiek, bewoners en ondernemers in het aangewezen gebied. Naar het oordeel van de Afdeling is het omzetverlies wat betreft de vuurwerkverkoop niet zodanig dat het college daaraan een doorslaggevend gewicht diende toe te kennen ten opzichte van de belangen die met het Aanwijzingsbesluit zijn gemoeid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c99659168e74379ef6f73491ae7d5dc92479a550a69bf01a4f874d90e9d4614. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c99659168e74379ef6f73491ae7d5dc92479a550a69bf01a4f874d90e9d4614, en de alinea staat in dat document op bytes 37599 tot 40302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c99659168e74379ef6f73491ae7d5dc92479a550a69bf01a4f874d90e9d4614 | shasum -a 256