Citaat | Raad van State 21 december 2016
Alinea 31 Raad van State 21 december 2016
Een alinea uit Raad van State 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3347.
4. Het college betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat voor het opstapstation uitsluitend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan worden verleend en derhalve de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is, zodat geen omgevingsvergunning van rechtswege kan zijn gegeven. Daartoe voert het college aan dat het gebruik van het perceel ten behoeve van het opstapstation in strijd is met het bestemmingsplan, omdat het geen toeristisch-recreatief medegebruik is. Daarvoor is vereist dat op het perceel een grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig is en aan dat vereiste is niet voldaan, aldus het college. Dat de beschikbaarheid van een weiland redelijkerwijs nodig is om succesvol paarden te kunnen fokken, zoals de rechtbank heeft overwogen, is onvoldoende. Volgens het college is geen sprake van een grondgebonden bedrijf in de zin van het bestemmingsplan, omdat de hoeveelheid grond die [appellant sub 2] ter beschikking staat onvoldoende is om te voorzien in het weiden en de voerbehoefte van haar paarden. Daarbij verwijst het college naar de door [appellant sub 2] bij haar brief aan het college van 10 februari 2011 gevoegde opgave van beschikbare percelen per 1 januari 2011, waarin zij melding maakt van 7,85 ha bedrijfsareaal, waarvan een perceel van 3,87 ha wordt gepacht. Volgens deze brief loopt deze overeenkomst af in 2014. Voorts verwijst het college naar een door [appellant sub 2] overgelegd stuk met daarin een opgave van voorgenomen investeringen waarin zij melding maakt van een aankoop van 4 ha landbouwgrond. Deze grond is evenwel niet aangekocht, aldus het college. Op de 4 ha grond die [appellant sub 2] derhalve tot haar beschikking heeft, zijn bovendien allerlei voorzieningen, zoals een minicamping, boerderij en paardenbak gerealiseerd, aldus het college. Voorts voert het college aan dat [appellant sub 2] niet aannemelijk heeft gemaakt dat op het perceel een agrarisch bedrijf aanwezig is, nu in de periode vanaf de aanvraag tot het besluit op bezwaar geen van de op het perceel aanwezige merries drachtig is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d62c99dfd3b76c02e8cc50aea634501b77aabf79e1e7acf8fe30ac1c06d5fe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d62c99dfd3b76c02e8cc50aea634501b77aabf79e1e7acf8fe30ac1c06d5fe3, en de alinea staat in dat document op bytes 10287 tot 12532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d62c99dfd3b76c02e8cc50aea634501b77aabf79e1e7acf8fe30ac1c06d5fe3 | shasum -a 256