Citaat | Raad van State 20 december 2016

Alinea 28 Raad van State 20 december 2016

Een alinea uit Raad van State 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350.

3.4. In zijn arrest van 5 juli 2016, A.M. tegen Nederland, ECLI:CE:ECHR:2016:0705JUD002909409 (hierna: het arrest A.M.) heeft het EHRM opnieuw verwezen naar voormelde rechtspraak en overwogen dat het hoger beroep bij de Afdeling, in zaken waarin een gestelde schending van artikel 3 van het EVRM voorligt, geen effectief rechtsmiddel is als bedoeld in artikel 35 van het EVRM dat moet worden uitgeput voordat een vreemdeling zich tot het EHRM kan wenden. Daarvoor heeft het EHRM bepalend geacht dat de Nederlandse wet niet voorziet in een regeling waarmee aan het hoger beroep van rechtswege schorsende werking wordt toegekend. Dit betekent dat niet van een vreemdeling wordt vereist dat hij in asielzaken hoger beroep bij de Afdeling instelt alvorens zich tot het EHRM te wenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/796cfa5853a2b9a8b6c5b3754efb9bd861fef97af8c6a605b0db61e640fe0488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 796cfa5853a2b9a8b6c5b3754efb9bd861fef97af8c6a605b0db61e640fe0488, en de alinea staat in dat document op bytes 10715 tot 11508.