Citaat | Raad van State 20 december 2016
Alinea 31 Raad van State 20 december 2016
Een alinea uit Raad van State 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350.
3.7. Dat betekent dat het in eerste instantie aan de wetgever - en niet aan de bestuursrechter - is om te bepalen in welke gevallen en op welke wijze aan het instellen van hoger beroep bij de Afdeling in asielzaken schorsende werking wordt toegekend (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:770). Dat laat onverlet dat de voorzieningenrechter, binnen de mogelijkheden die de Awb en de Vw 2000 hem op dit moment bieden, aanleiding ziet zijn rechtspraak over verzoeken om een voorlopige voorziening nu al zoveel mogelijk in lijn te brengen met de blijkens de rechtspraak van het EHRM vereiste rechtsbescherming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/796cfa5853a2b9a8b6c5b3754efb9bd861fef97af8c6a605b0db61e640fe0488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 796cfa5853a2b9a8b6c5b3754efb9bd861fef97af8c6a605b0db61e640fe0488, en de alinea staat in dat document op bytes 13884 tot 14538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/796cfa5853a2b9a8b6c5b3754efb9bd861fef97af8c6a605b0db61e640fe0488 | shasum -a 256