Citaat | Raad van State 28 december 2016

Alinea 52 Raad van State 28 december 2016

Een alinea uit Raad van State 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3471.

7.1. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3303, kan met toepassing van artikel 8:86 van de Awb onmiddellijk uitspraak worden gedaan in de hoofdzaak indien de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Het gaat erom of de informatie die schriftelijk en ter zitting is verkregen van dien aard is dat mag worden aangenomen dat het verrichten van nader onderzoek in dat opzicht geen relevante nieuwe gegevens zou opleveren. Daarbij mag van partijen, die in de uitnodiging voor de zitting uitdrukkelijk op deze bevoegdheid moeten zijn gewezen en aan welk voorschrift hier, gelet op de bij brief van 22 september 2015 verzonden uitnodiging, is voldaan, worden verwacht dat zij zich hebben voorbereid op eventuele afdoening van de hoofdzaak. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de rechtbank op basis van de ter beschikking staande gegevens en het resultaat van het ter zitting gehouden onderzoek geen uitspraak heeft kunnen doen in de hoofdzaak. Daarbij wordt van belang geacht dat [appellante] vanaf het besluit van 10 juli 2015 tot aan de zitting van 8 oktober 2015 voldoende tijd heeft gehad om nadere stukken over te leggen, of getuigen of deskundigen op te doen roepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50ec89c790ac16c4eebdd5e84f216c8376a37ba8083ed438f8d44cc5c32aeba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50ec89c790ac16c4eebdd5e84f216c8376a37ba8083ed438f8d44cc5c32aeba, en de alinea staat in dat document op bytes 18345 tot 19735.