Citaat | Raad van State 28 december 2016

Alinea 60 Raad van State 28 december 2016

Een alinea uit Raad van State 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3479.

11.2. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat een minder vergaande maatregel eveneens zou hebben volstaan, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de hoofdinspecteur zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat bij continuering van de zorgverlening het risico zou blijven bestaan op aanzienlijke gezondheidsschade bij patiënten. De hoofdinspecteur heeft in dit verband voldoende aannemelijk gemaakt dat supervisie niet afdoende zou zijn, nu [appellant] op basis van zijn intrinsieke overtuiging een afwijkende visie heeft op het naleven van de geldende normen met betrekking tot het stellen van de diagnose, de behandeling en het voorschrijven van (combinaties van) bepaalde soorten geneesmiddelen en hij die visie structureel en gedurende langere tijd ten grondslag heeft gelegd aan zijn zorgverlening aan patiënten. Gelet op die intrinsieke overtuiging van [appellant], heeft de hoofdinspecteur tot de conclusie kunnen komen dat het aanstellen van een supervisor tot discussie tussen die supervisor en [appellant] zou leiden, en de - veelal kwetsbare - patiënten als gevolg daarvan onnodig in een risicovolle situatie zouden worden gebracht. De hoofdinspecteur mocht zich derhalve, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, op het standpunt stellen dat een bevel tot staking - in ieder geval totdat de tuchtrechter een oordeel over het professionele handelen van [appellant] had gegeven - noodzakelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/096eede5f881b1f4846963de33438438e76fc06e9be9563102f56f4aa0c5c20f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 096eede5f881b1f4846963de33438438e76fc06e9be9563102f56f4aa0c5c20f, en de alinea staat in dat document op bytes 30378 tot 31812.