Citaat | Raad van State 28 december 2016

Alinea 64 Raad van State 28 december 2016

Een alinea uit Raad van State 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3479.

12.1. Op 12 januari 2012 heeft de hoofdinspecteur een melding ontvangen, waarna de inspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidzorg op 13 en 16 januari 2012 wegens afwezigheid van [appellant] tevergeefs zijn praktijk hebben bezocht. Uiteindelijk heeft het toezichtsbezoek op 6 februari 2012 plaatsgevonden, waarna de hoofdinspecteur bij brief van 24 februari 2012 een concept van het gespreksverslag van dat toezichtsbezoek aan [appellant] heeft toegezonden. Daarbij heeft hij [appellant] in de gelegenheid gesteld om hem binnen uiterlijk een week op de hoogte te stellen van feitelijke onjuistheden in het verslag. Van die mogelijkheid heeft [appellant] bij brief van 2 maart 2012 gebruik gemaakt. Voorts is aan hem door de hoofdinspecteur aanvullend de mogelijkheid geboden om in de zienswijze op het voornemen nog feitelijke onjuistheden in het conceptverslag naar voren te brengen. Bij brief van 2 maart 2012 heeft de hoofdinspecteur het voornemen tot een bevel aan [appellant] gezonden, waarbij [appellant] tot en met 6 maart 2012 in de gelegenheid is gesteld een zienswijze naar voren te brengen. [appellant] heeft bij brief van 6 maart 2012 zowel een aanvullende reactie op het conceptverslag gegeven als een zienswijze op het voornemen naar voren gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/096eede5f881b1f4846963de33438438e76fc06e9be9563102f56f4aa0c5c20f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 096eede5f881b1f4846963de33438438e76fc06e9be9563102f56f4aa0c5c20f, en de alinea staat in dat document op bytes 32717 tot 33997.