Citaat | Raad van State 30 december 2016

Alinea 32 Raad van State 30 december 2016

Een alinea uit Raad van State 30 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3502.

4.1. De vreemdeling betoogt terecht dat de overweging van de rechtbank dat de staatssecretaris wordt gevolgd in zijn standpunt dat de bekering na vijf maanden ongeloofwaardig is, berust op een onjuiste lezing van het in het besluit ingelaste voornemen. In het voornemen is de staatssecretaris immers uitgegaan van de verklaring van de vreemdeling tijdens het nader gehoor, dat tussen het moment waarop - na de ontmoeting met de Armeense man - zijn interesse in het christendom ontstond en zijn vertrek, vijf maanden liggen. De vreemdeling heeft niet verklaard dat hij in die periode ook is bekeerd. De grief slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/393ac1ee629c7d4e4f3b0724bd1865feefb69e4fb708b4fcd14172bb9d045b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 393ac1ee629c7d4e4f3b0724bd1865feefb69e4fb708b4fcd14172bb9d045b04, en de alinea staat in dat document op bytes 9853 tot 10481.