Citaat | Raad van State 5 februari 2016
Alinea 21 Raad van State 5 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 5 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:353.
1.1. Dit betekent dat een vreemdeling, indien hij tegen een dergelijk besluit reeds een rechtsmiddel uit de Awb en hoofdstuk 7 van de Vw 2000 bij de bevoegde bestuursrechterlijke instantie heeft aangewend, zijn gronden tegen een op grond van dit besluit voorgenomen feitelijke uitzetting, die op een bepaalde datum en een bepaald tijdstip zal plaatsvinden, uit een oogpunt van concentratie van rechtsbescherming ook bij die instantie aan de orde dient te stellen. Maakt die vreemdeling toch bezwaar onder verwijzing naar artikel 72, derde lid, van de Vw 2000, dan wordt dit bezwaar aangemerkt als een aan het reeds bij de bevoegde bestuursrechterlijke instantie ingediende rechtsmiddel connex verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, dan wel als een aanvullende motivering van een reeds in die procedure bij die instantie ingediend verzoek om zodanige voorziening (zie de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2013).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b572dddb9fbec69427243c16c0b01f117076bf065b83278ed370b7c0f163784. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b572dddb9fbec69427243c16c0b01f117076bf065b83278ed370b7c0f163784, en de alinea staat in dat document op bytes 7134 tot 8082.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b572dddb9fbec69427243c16c0b01f117076bf065b83278ed370b7c0f163784 | shasum -a 256