Citaat | Raad van State 17 februari 2016
Alinea 47 Raad van State 17 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:399.
Hoewel artikel 7k, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw ten tijde van de vaststelling van het inpassingsplan niet in werking was getreden, hebben provinciale staten gemeend hierop te kunnen vooruitlopen, omdat er al wel een ontwerp van deze bepaling was. Daargelaten wat hiervan zij, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar de uitspraak van 3 februari 2016, in zaak nr. 201506246/1/R6 (www.raadvanstate.nl), als volgt. In artikel 7k, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw is in strijd met artikel 2.4, derde lid, aanhef en onder b, van de Chw niet de ten hoogste toegestane tijdsduur van de hier van belang zijnde afwijking bepaald. Dat ingevolge artikel 7k, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw de looptijd van het inpassingsplan is beperkt tot 20 jaar, maakt dit niet anders, nu dit een afwijking van artikel 3.26 in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, van de Wro betreft maar niet de ten hoogste toegestane tijdsduur van die afwijking. Het gebruik kunnen maken van deze afwijking is daarmee niet in tijd beperkt. Nu de ten hoogste toegestane tijdsduur van de afwijking in artikel 7k, tweede lid, ten onrechte niet in het Besluit uitvoering Chw is opgenomen, moet aan artikel 7k, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw verbindende kracht worden ontzegd. Dit betekent dat provinciale staten bij de vaststelling van het inpassingsplan reeds hierom niet mochten vooruitlopen op de in artikel 7k, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw bedoelde afwijking van artikel 3.26 in samenhang met 3.1, tweede lid, van de Wro en derhalve uit moesten gaan van de toepasselijkheid van artikel 3.26 in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, van de Wro. Ingevolge dat artikellid wordt de bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van 10 jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het inpassingsplan, telkens opnieuw vastgesteld. Uit dit artikellid, in samenhang met het eerste lid van artikel 3.1 van de Wro, vloeit voort dat het in beginsel in strijd is met een goede ruimtelijke ordening om in het inpassingsplan bestemmingen op te nemen die niet binnen de planperiode van 10 jaar zullen worden verwezenlijkt. Provinciale staten hebben gebruik willen maken van de afwijking in artikel 7k, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw, omdat het inpassingsplan volgens hen niet uitvoerbaar is binnen een planperiode van 10 jaar. Derhalve moet er van worden uitgegaan dat in het inpassingsplan bestemmingen zijn opgenomen die niet binnen de planperiode van 10 jaar zullen worden verwezenlijkt. Het inpassingsplan is derhalve vastgesteld in strijd met artikel 3.26 in samenhang met artikel 3.1, eerste en tweede lid, van de Wro. Het betoog slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92a73e1daf241c0cbf2550a9da8308d75869edb2fae76ff33fb7b83753eb9212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92a73e1daf241c0cbf2550a9da8308d75869edb2fae76ff33fb7b83753eb9212, en de alinea staat in dat document op bytes 18845 tot 21585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/92a73e1daf241c0cbf2550a9da8308d75869edb2fae76ff33fb7b83753eb9212 | shasum -a 256