Citaat | Raad van State 17 februari 2016

Alinea 73 Raad van State 17 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:399.

8.2. In de tweede plaats betoogt SBBM dat er binnen bestaand stedelijk gebied voldoende mogelijkheden zijn om in de actuele behoefte te voorzien. Ook zijn er volgens SBBM financiële, juridische en feitelijke mogelijkheden om de stedelijke ontwikkeling binnen het bij geldende bestemmingsplannen toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden, zoals bedoeld in de Verordening Ruimte 2014. Zo kan volgens SBBM 150 ha op het bedrijventerrein worden gevonden op locaties die sinds de jaren ’60 zijn gereserveerd voor de uitbreiding van chemische berdrijven, maar daarvoor nimmer zijn aangewend. Daarbij wijst SBBM erop dat het Centraal Planbureau reeds in 2006 is uitgegaan van een ruimtebehoefte van 0 ha voor dergelijke bedrijven. Zij verwijst daarbij naar het rapport "Perspectief economische ruimte behoefte West Brabant" van DHV, bijlage 5, p. 18. In de behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant wordt de behoefte aan milieubelastende bedrijven voor heel Noord-Brabant geschat op 92 ha tot 2020. De directeur van Shell heeft volgens SBBM in januari 2014 herbevestigd dat vrijkomende Shell-gronden voor logistiek kunnen worden bestemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92a73e1daf241c0cbf2550a9da8308d75869edb2fae76ff33fb7b83753eb9212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92a73e1daf241c0cbf2550a9da8308d75869edb2fae76ff33fb7b83753eb9212, en de alinea staat in dat document op bytes 30903 tot 32058.