Citaat | Raad van State 17 februari 2016

Alinea 24 Raad van State 17 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:407.

3. [appellant] voert primair aan dat hij niet als overtreder kan worden aangemerkt. Subsidiair stelt hij dat de overtreding hem niet kan worden verweten. Meer subsidiair stelt hij dat aanleiding bestaat voor matiging van de boete. Ter motivering van deze standpunten wijst hij er op dat hij niet wist dat naast [persoon 3] ook [persoon 1] en [persoon 2] in de woning woonden. Voorts heeft [appellant] ter zitting bij de rechtbank verklaard dat hij zelf de huur inde bij [persoon 3] en dat hij dit beneden in het complex deed. [appellant] had [persoon 1] en [persoon 2] dan ook niet kunnen opmerken. Bovendien hebben zij ter zitting bij de rechtbank verklaard dat zij [appellant] nog nooit hebben gezien. Verder heeft [appellant] wel toezicht gehouden nu hij tijdens het innen van de huur enkele malen heeft gevraagd naar het gebruik van de woning. Zonder aanleiding mag [appellant] bovendien de woning niet betreden, zodat hij geen verdergaand toezicht had kunnen houden. Ter zitting bij de Afdeling heeft [appellant] er in dit verband nog op gewezen dat hij in de desbetreffende periode tweemaal in de woning is geweest en dat hem daarbij niet is gebleken dat de woning door meer personen werd bewoond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b4055a561f23b4735ef736ad87c916b8331f10507921d38345a8fb5edfacdad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b4055a561f23b4735ef736ad87c916b8331f10507921d38345a8fb5edfacdad, en de alinea staat in dat document op bytes 7453 tot 8669.