Citaat | Raad van State 17 februari 2016

Alinea 27 Raad van State 17 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:407.

3.3. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij enig concreet toezicht heeft gehouden op het gebruik van de woning. Derhalve heeft hij evenmin aannemelijk gemaakt dat hij niet kon weten dat de woning onzelfstandig werd bewoond. De rechtbank heeft derhalve terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat [appellant] niet als overtreder kan worden aangemerkt en de overtreding niet aan hem kan worden verweten. Hierbij wordt betrokken dat de omstandigheid dat [appellant] de woning niet kon betreden zonder toestemming van de huurders, niet afdoet aan zijn verantwoordelijkheid zich over het gebruik van het pand adequaat te informeren. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 september 2012 in zaak nr. 201109431/1/A1), behoeft het recht op privacy van een huurder niet in de weg te staan aan het kunnen controleren van het eigendom van de verhuurder. Niet aannemelijk is dat het voor [appellant] niet mogelijk was om afspraken met [persoon 3] te maken, teneinde het gebruik van de woning te kunnen controleren. Dit geldt temeer nu [appellant] ter zitting bij de Afdeling heeft medegedeeld dat hij in de desbetreffende periode tweemaal de woning heeft bezocht. Eenmaal in verband met problemen met de verwarming. Een tweede maal heeft hij [persoon 3] tijdens het innen van de huur gevraagd of hij de woning mocht betreden om te controleren of de woning door meer personen werd bewoond. Op dat moment zag hij een extra bed staan, maar nam hij genoegen met de verklaring van [persoon 3] dat dit bed was bestemd voor familieleden uit Polen die soms enkele dagen bij hem logeerden. Van [appellant] mocht - mede wegens de omstandigheid dat hem al eerder een last onder dwangsom was opgelegd wegens de onzelfstandige bewoning van de woning - naar aanleiding van deze constatering worden verwacht dat hij nader onderzoek zou doen naar mogelijke onzelfstandige bewoning. [appellant] had in deze constatering bijvoorbeeld aanleiding kunnen zien in de daarop volgende periode de woning regelmatig te controleren en/of bij buren te informeren naar het gebruik van de woning. Dat [persoon 3] tijdens het innen van de huur tegenover [appellant] enkele malen desgevraagd heeft ontkend dat er meer personen in de woning woonden, is in dit verband onvoldoende. Derhalve is niet aannemelijk dat [appellant] niet kon weten dat de woning onzelfstandig werd bewoond. De omstandigheid dat [persoon 1] en [persoon 2] hebben verklaard dat zij [appellant] nog nooit hebben gezien en de omstandigheid dat zij de woning niet van [appellant] zouden hebben gehuurd, laat ten slotte onverlet dat [appellant] had kunnen weten dat het pand onrechtmatig werd gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b4055a561f23b4735ef736ad87c916b8331f10507921d38345a8fb5edfacdad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b4055a561f23b4735ef736ad87c916b8331f10507921d38345a8fb5edfacdad, en de alinea staat in dat document op bytes 10202 tot 12922.