Citaat | Raad van State 11 februari 2016
Alinea 24 Raad van State 11 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 11 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:435.
2.1. De vreemdeling heeft aan zijn, thans voorliggende, derde asielaanvraag wederom ten grondslag gelegd dat hij is bekeerd, maar dat de Iraanse autoriteiten daarvan nu op de hoogte zijn, omdat hij hen daarvan zelf, en bijgestaan door zijn gemachtigde, op de hoogte heeft gebracht. Hij heeft immers op 10 oktober 2012 in persoon geprobeerd een brief aan de Iraanse ambassade in Den Haag af te leveren, waarin staat dat hij is bekeerd tot het christendom, afvallig is en daarmee afstand doet van zijn Iraanse staatsburgerschap. Nadat een medewerker van de ambassade weigerde de brief in ontvangst te nemen, heeft de vreemdeling die brief daarna aangetekend aan de ambassade verzonden. Ook de gemachtigde van de vreemdeling heeft op 16 november 2012 en 24 februari 2014 per aangetekende post gelijksoortige brieven aan de ambassade gestuurd en daarbij ook informatie over familieleden van de vreemdeling in Iran verstrekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93, en de alinea staat in dat document op bytes 7080 tot 8013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93 | shasum -a 256