Citaat | Raad van State 11 februari 2016
Alinea 33 Raad van State 11 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 11 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:435.
In twee asielrechtelijke procedures is tot in hoogste rechterlijke instantie geoordeeld dat ongeloofwaardig is dat de vreemdeling tot het christendom is bekeerd en dat hij noch daarom noch in verband met afvalligheid van de islam in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten staat of komt te staan. Daarmee staat in rechte vast dat de vreemdeling op basis van dat asielmotief niet voor een verblijfsvergunning asiel in aanmerking komt. Zoals de staatssecretaris ter zitting heeft opgemerkt, ziet hij geen mogelijkheid om artikel 5, derde lid, van de richtlijn als zelfstandige afwijzingsgrond tegen te werpen, omdat de wetgever er tot nu toe voor heeft gekozen die bepaling en diens voorganger artikel 5, derde lid, van de Richtlijn 2004/83 (PB 2004 L 304) niet in die zin te implementeren, dat een vreemdeling reeds wegens zijn eigen handelen in Nederland dat erop is gericht de negatieve aandacht van de autoriteiten van het land van herkomst op zich te vestigen, een verblijfsvergunning wordt onthouden (Kamerstukken II 2014/15, 34088, nr. 6, blz. 52 en 53; Kamerstukken II 2006/07, 30925, nr. 3, blz. 9 en 10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93, en de alinea staat in dat document op bytes 14784 tot 15925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93 | shasum -a 256