Citaat | Raad van State 11 februari 2016
Alinea 36 Raad van State 11 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 11 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:435.
Het besluit van 20 januari 2014 is van gelijke strekking als de eerdere besluiten van 24 augustus 2010 en 4 april 2012, zodat de rechtbank terecht het kader uit de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2008 in zaak nr. 200706839/1 heeft toegepast. De vreemdeling klaagt evenwel terecht dat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, hij door het sturen van aangetekende brieven heeft aangetoond dat de Iraanse autoriteiten bekend zijn geraakt met de inhoud van die brieven en daarmee met de door hem gestelde bekering tot het christendom en afvalligheid. Een ambassade vertegenwoordigt immers die autoriteiten in het buitenland. Daarmee heeft de vreemdeling een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93, en de alinea staat in dat document op bytes 17049 tot 17810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93 | shasum -a 256