Citaat | Raad van State 11 februari 2016

Alinea 39 Raad van State 11 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 11 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:435.

5. De vreemdeling betoogt terecht dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat hij bij terugkeer naar Iran geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). Zoals hiervoor is overwogen, worden de Iraanse autoriteiten immers inmiddels wel geacht bekend te zijn met zijn gestelde bekering tot het christendom en afvalligheid. Het door de staatssecretaris in het besluit van 20 januari 2014 ingenomen standpunt dat de bekering van de vreemdeling door de Nederlandse autoriteiten ongeloofwaardig is geacht, ontbeert een motivering waarom de Iraanse autoriteiten de vreemdeling als gevolg van voormelde handelwijze van hem en zijn gemachtigde niet zullen beschouwen als bekeerling of afvallige, dan wel waarom de omstandigheid dat de vreemdeling door die autoriteiten als bekeerling of afvallige wordt beschouwd er niet toe leidt dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 van het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c137631a5cf56bb6bea2ada0ee9ff6012fb7875b9c35ef11b6c909b7a54d6d93, en de alinea staat in dat document op bytes 18068 tot 19094.