Citaat | Raad van State 24 februari 2016
Alinea 23 Raad van State 24 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:439.
2. [appellant] richt zich tegen het standpunt van het college dat hij beschikt over een woonadres. Daarnaast voert hij aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hij onvoldoende inlichtingen heeft verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaatsen en hij daarom geen recht heeft op een briefadres. In dit verband wijst hij er primair op dat het college zich in het primaire besluit noch in het besluit op bezwaar op dit standpunt heeft gesteld. Subsidiair voert hij aan dat hij wel voldoende inlichtingen heeft verstrekt, althans dat het college om nadere inlichtingen had moeten vragen bij [appellant]. In dit kader wijst hij er op dat hij in zijn aanvraag heeft vermeld op welke adressen hij de afgelopen maanden heeft verbleven en hij de komende maanden zou verblijven. Verder wijst hij er op dat hij het college kennelijk voldoende informatie heeft verstrekt om tot het standpunt te komen dat [appellant] over een woonadres beschikt. Bovendien heeft het college nooit te kennen gegeven welke gegevens [appellant] precies had moeten overleggen om te voldoen aan zijn inlichtingenverplichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2de3b4549985ae02efd671a2052bd0b384267f0335fba1d78bc8882178cd81ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2de3b4549985ae02efd671a2052bd0b384267f0335fba1d78bc8882178cd81ad, en de alinea staat in dat document op bytes 6786 tot 7961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2de3b4549985ae02efd671a2052bd0b384267f0335fba1d78bc8882178cd81ad | shasum -a 256