Citaat | Raad van State 24 februari 2016
Onder 7.4. Raad van State 24 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465.
In beroep is met juistheid gesteld dat er op dit gebied de nodige ontwikkelingen gaande zijn. Zo zijn elders in Europa recentelijk enkele langere ondergrondse verbindingen gerealiseerd en zijn andere ondergrondse verbindingen in aanleg. Verder is bij de behandeling van de beroepen gebleken dat TenneT TSO thans niet langer in alle gevallen een ondergronds traject van meer dan 20 kilometer onwenselijk acht. De ministers hebben zich echter op het standpunt gesteld dat aan een langere ondergrondse verbinding op het moment van het vaststellen van het inpassingsplan nog te veel risico's voor de leveringszekerheid kleefden. Daarbij hebben zij zich mede gebaseerd op deel 4 (planologische kernbeslissing) van het SEVIII. Daarin is vermeld dat nieuwe hoogspanningsverbindingen van 220 kV en meer in beginsel bovengronds worden aangelegd en dat op basis van een integrale afweging op projectniveau - voor zover dit uit een oogpunt van leveringszekerheid verantwoord is - in bijzondere gevallen, met name voor kortere trajecten, ondergrondse aanleg kan worden overwogen. De ministers hebben er verder op gewezen dat zorgvuldigheidshalve een opdracht aan een derde, te weten Tractebel, is gegeven voor het doen van onderzoek naar de mogelijkheid om in dit geval toch een ondergrondse verbinding te realiseren. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat het verhelpen van storingen bij een ondergrondse verbinding gemiddeld langer duurt en dat dientengevolge de beschikbaarheid van de verbinding minder groot is dan bij een bovengrondse verbinding. De ministers hebben terecht opgemerkt dat de in beroep overgelegde rapporten geen afbreuk doen aan die conclusie. Ook dit aspect is temeer van belang nu het gaat om een grote en internationale verbinding waar het belang van het zo veel mogelijk voorkomen en beperken van storingen nog meer klemt dan elders op het elektriciteitsnet het geval is. Gelet daarop en nu ook het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak geen afbreuk doet aan bedoelde conclusie, is de Afdeling van oordeel dat de ministers zich niettegenstaande de recente ontwikkelingen op het standpunt mochten stellen dat een bovengrondse verbinding in dit geval uit een oogpunt van leveringszekerheid nog steeds de voorkeur verdient. Nu zij er voorts van mochten uitgaan dat een ondergrondse verbinding, nog daargelaten de precieze omvang van de convertorstations die nodig is bij een DC-variant, als nadeel heeft dat een aanzienlijk ruimtebeslag optreedt, hebben zij zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat een ondergrondse verbinding alles bijeengenomen geen realistisch alternatief vormt. In de omstandigheid dat de ministers zich mogelijk geen correct beeld hebben gevormd van de vereiste omvang van eventuele convertorstations, kan in het licht daarvan niet voldoende aanleiding worden gevonden om het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan te vernietigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e583d97a060b732cd285224144c748dbc009208b66ad0a27e53fc6bf8520f1d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e583d97a060b732cd285224144c748dbc009208b66ad0a27e53fc6bf8520f1d1, en de alinea staat in dat document op bytes 72046 tot 74984.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e583d97a060b732cd285224144c748dbc009208b66ad0a27e53fc6bf8520f1d1 | shasum -a 256