Citaat | Raad van State 24 februari 2016

Alinea 32 Raad van State 24 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:474.

8.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat ten tijde van het besluit op bezwaar geen concreet zicht op legalisering bestond. Het college heeft bij besluit van 27 maart 2013 de aanvraag om omgevingsvergunning van [appellant sub 2] voor het gebruik van de woning als burgerwoning afgewezen. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar van 1 oktober 2013 terecht getoetst met inachtneming van deze omstandigheid. Dat het college bij besluit van 17 juni 2014 in zijn besluit op bezwaar alsnog vergunning heeft verleend voor afwijkend gebruik is gelet op het ex tunc-karakter van de toetsing geen omstandigheid die de rechtbank bij haar oordeel had dienen te betrekken. De door [appellant sub 2] genoemde uitspraken van de Afdeling van 26 juli 2006, in zaaknr. 200509848/1, 4 juli 2007, in zaaknr. 200609277/1, 7 februari 2007, in zaaknr. 200602947/1 en 7 november 2007, in zaaknr 200700324/1 bieden geen grond voor een ander oordeel. In die uitspraken was geen situatie aan de orde waarin het bestuursorgaan ten tijde van belang had geweigerd omgevingsvergunning te verlenen voor de gewraakte activiteit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1c13d96605bb18397500e9e486efbaa0af24e3e2e65d7c7e6ea8bf4550dfe84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1c13d96605bb18397500e9e486efbaa0af24e3e2e65d7c7e6ea8bf4550dfe84, en de alinea staat in dat document op bytes 12347 tot 13461.