Citaat | Raad van State 24 februari 2016
Alinea 34 Raad van State 24 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:476.
Voor zover [appellant] betoogt dat hij zich in zijn latere e-mail-correspondentie met de gemeente op het standpunt heeft gesteld dat de e-mailberichten van 23 januari 2014 en 7 april 2014 alsnog moeten worden geduid als ingebrekestellingen gericht aan de heffingsambtenaar, heeft de rechtbank terecht overwogen dat deze als prematuur moeten worden beschouwd. Uit de uitspraak van 17 maart 2015 volgt dat het college, ten einde tegemoet te komen aan het verzoek van [appellant] om een bestuursrechtelijke appellabel besluit, het verzoek binnen een redelijke termijn aan de heffingsambtenaar heeft doorgezonden. Nu deze doorzending heeft plaatsgevonden na het verzenden van de e-mailberichten, dienen deze berichten, daargelaten of zij als ingebrekestellingen kunnen worden aangemerkt, als prematuur worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dadfa2df7f10dd65e02efb71bbbd331c025dbaa09de5f6d2d685b4a4b3a846b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dadfa2df7f10dd65e02efb71bbbd331c025dbaa09de5f6d2d685b4a4b3a846b2, en de alinea staat in dat document op bytes 16695 tot 17523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dadfa2df7f10dd65e02efb71bbbd331c025dbaa09de5f6d2d685b4a4b3a846b2 | shasum -a 256