Citaat | Raad van State 24 februari 2016

Alinea 44 Raad van State 24 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:486.

4.1. Weliswaar heeft de burgemeester in het desbetreffende besluit van 25 april 2013 het verzoek van [appellant sub 2] primair afgewezen op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening, maar bij het desbetreffende besluit van 19 november 2013 heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat deze afwijzingsgrond niet van toepassing is. Volgens de burgemeester moet het verzoek van [appellant sub 2] immers worden opgevat als een verzoek om het verlof van [appellante sub 1] voort te zetten en is er derhalve geen doorbreking van de periode van verlof. Voorts gaat [appellante sub 1] met het betoog dat zij de exploitatie van de coffeeshop wil voortzetten indien [appellant sub 2] dit niet mag doen, eraan voorbij dat het hoger beroep niet tot herleving van haar verlof kan leiden, nu de geldigheidsduur daarvan reeds is verstreken. Reeds om deze redenen heeft [appellante sub 1] geen belang bij haar hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb7925159ed641cb7863016309784d6025fd7cee667b3e3849086a8ce2bff70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb7925159ed641cb7863016309784d6025fd7cee667b3e3849086a8ce2bff70, en de alinea staat in dat document op bytes 13430 tot 14391.