Citaat | Raad van State 24 februari 2016

Alinea 101 Raad van State 24 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:497.

16.5. De omstandigheid dat in de Tracékeuzenotitie is betrokken dat de kosten voor alternatief Oost en de variant O1 vanwege de aansluiting op de A1 hoger zijn dan voor de alternatieven Midden, Midden-Oost en de varianten M1 en M2, betekent niet dat de vergelijking van de alternatieven en varianten niet zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Uit het MER volgt dat de varianten M1 en M2 beter scoren dan de oostelijke alternatieven en de oostelijke variant op aspecten waarbij de kosten geen rol hebben gespeeld. De alternatieven Oost, Midden Oost en de variant O1 scoren bijvoorbeeld in vergelijking tot het westelijk alternatief en de westelijke varianten negatiever op het thema natuur en minder goed op het thema verkeer. Het alternatief Midden-Oost, dat wat de aanlegkosten betreft vergelijkbaar is met het alternatief Midden en de variant M1, kwam daarom uit de weging ook niet als voorkeursalternatief naar voren. De Afdeling ziet in de betogen van de stichting, [appellant sub 7] en [appellant sub 6] over de kosten van de rondweg geen grond voor de conclusie dat provinciale staten zich in zoverre wat betreft de keuze voor een westelijke variant van de rondweg niet hebben mogen baseren op het MER, de Tracékeuzenotitie en de Robuustheidsanalyse.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/617ea6227b80965e9a5b423092f49a920902f15ac3e8ec95b682933ba5740270. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 617ea6227b80965e9a5b423092f49a920902f15ac3e8ec95b682933ba5740270, en de alinea staat in dat document op bytes 42399 tot 43665.