Citaat | Raad van State 24 februari 2016
Alinea 104 Raad van State 24 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:497.
16.6. Het tracé van de noordelijke rondweg en de verbinding tussen de noordelijke en de westelijke rondweg, de ontbrekende schakel, zijn als onderdeel van het alternatief Midden en de variant M1 in het MER betrokken. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 14 februari 2014, in zaak nr. 201307337/1/R6, over de tegen het voor de noordelijke rondweg door de raad van de gemeente Barneveld vastgestelde bestemmingsplan, geoordeeld dat in het MER, dat aan het voorliggende inpassingsplan ten grondslag ligt, een integrale beoordeling heeft plaatsgevonden van de milieueffecten van de westelijke rondweg en de noordelijke rondweg. De betogen van de stichting, [appellant sub 7], Struik Foods en Bijstein B.V. en [appellant sub 6] geven geen aanleiding voor een andere conclusie in de thans voorliggende zaak. De door Struik Foods en Bijstein B.V. en de stichting genoemde omstandigheid dat in het MER niet was voorzien dat de noordelijke rondweg zou worden gerealiseerd door vaststelling van een bestemmingsplan door de raad van de gemeente Barneveld, doet daar niet aan af. In het MER is aandacht besteed aan de eventuele toekomstige verbinding tussen de nieuwe westelijke rondweg en de Apeldoornsestraat en in de Tracékeuzenotitie is de verbinding tussen de nieuwe rondweg en de noordelijke rondweg als optimalisatiemaatregel genoemd. Verder staat in de Robuustheidsanalyse dat de vaststelling van het bestemmingsplan "Noordelijke Rondweg Voorthuizen" geen gevolgen heeft voor de conclusies in het MER. Door de aansluiting van de westelijke rondweg ten noorden van de Overhorsterweg, op de noordelijke rondweg ter plaatse van de Rubensstraat, wordt voorts volgens de Robuustheidsanalyse de Overhorsterweg ontlast van verkeer ten opzichte van het voorkeursalternatief, waardoor de Rubensstraat fungeert als noordelijke ontsluitingsweg van Voorthuizen van en naar de westelijke rondweg. Provinciale staten hebben gelet op het voorgaande in zoverre in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om een MER op stellen waarin de noordelijke rondweg en de verbinding tussen de noordelijke rondweg en de nieuwe westelijke rondweg als onderdeel van de referentiesituatie worden betrokken. De betogen van de stichting, [appellant sub 7], Struik Foods en Bijstein B.V. en [appellant sub 6] geven voor het overige geen grond voor het oordeel dat het MER, de tracékeuzenotitie en de Robuustheidsanalyse wat de noordelijke rondweg en de ontbrekende schakel betreft, zodanige gebreken en leemten in kennis bevat, dat provinciale staten zich daar niet in redelijkheid op hebben kunnen baseren. De betogen falen in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/617ea6227b80965e9a5b423092f49a920902f15ac3e8ec95b682933ba5740270. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 617ea6227b80965e9a5b423092f49a920902f15ac3e8ec95b682933ba5740270, en de alinea staat in dat document op bytes 44868 tot 47487.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/617ea6227b80965e9a5b423092f49a920902f15ac3e8ec95b682933ba5740270 | shasum -a 256