Citaat | Raad van State 24 februari 2016

Alinea 48 Raad van State 24 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:503.

6.3. De minister heeft in de Nota van Antwoord, waarin een reactie is gegeven op de zienswijze van [appellante sub 7], aangegeven dat er geen budget is voor het geschikt maken van de fietstunnel voor landbouwverkeer. In het verweerschrift is toegelicht dat de minister bij het inschatten van de daarmee gepaard gaande kosten ter grootte van ongeveer 7 miljoen euro is uitgegaan van ramingen die in verband met het project N35 Nijverdal-Wierden voor de aanleg van vergelijkbare tunnels onder de N35 zijn gemaakt. Ter zitting heeft de minister in dit verband naar voren gebracht dat, om de tunnel geschikt te maken voor landbouwverkeer, niet, zoals [appellante sub 7] meent, met een geringe aanpassing kan worden volstaan, maar werkzaamheden dienen te worden verricht die overeenkomen met de aanleg van een nieuwe tunnel. In hetgeen [appellante sub 7] heeft aangevoerd is geen grond gelegen om daaraan te twijfelen. Voorts zal slechts een beperkt aantal agrarische bedrijven gebruik maken van deze tunnel. Het betoog van [appellante sub 7] geeft daarom geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de minister niet in redelijkheid heeft kunnen afzien van een nader onderzoek naar de aanleg van een tunnel voor landbouwverkeer ter plaatse van de Kanaalweg. Daarbij neemt de Afdeling tevens in aanmerking dat het betoog van [appellante sub 7] geen aanleiding geeft voor de conclusie dat de minister zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat de kruising van de Heinoseweg met de Oldenallee geschikt is voor het afwikkelen van landbouwverkeer. Ook in de bestaande situatie maakt landbouwverkeer gebruik van deze kruising en dit geeft volgens de minister, zoals hij heeft nagevraagd bij de gemeente Zwolle, geen problemen. Bovendien kan de verkeerslichteninstallatie worden aangepast om de verkeersstromen te reguleren in het geval zich wel problemen zouden voordoen. Voorts ziet de Afdeling in het betoog van [appellante sub 7] geen aanleiding voor het oordeel dat de route via deze kruising, waardoor hij in vergelijking tot de bestaande situatie ongeveer 2,1 kilometer verder dient te rijden, zodanige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van [appellante sub 7], dat de minister het belang van de verkeersveiligheid bij het vervallen van de oversteekmogelijkheid ter plaatse van de Kanaalweg niet in redelijkheid heeft kunnen laten prevaleren boven het belang van [appellante sub 7] bij het behoud daarvan, of andere mogelijkheden, zoals bedrijfsverplaatsing, in overweging had dienen te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1196cf187f110113072cd62a4ab4fb1128df9cff73c5015bb32d05e969963a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1196cf187f110113072cd62a4ab4fb1128df9cff73c5015bb32d05e969963a6, en de alinea staat in dat document op bytes 15662 tot 18175.