Citaat | Raad van State 2 maart 2016
Alinea 28 Raad van State 2 maart 2016
Een alinea uit Raad van State 2 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:526.
Volgens de SAOZ is de jurisprudentie met betrekking tot de betekenis van overgangsrechtelijke bepalingen in het geval waarin, zoals hier, de gestelde planschade door een planologische verandering op de gronden van de desbetreffende aanvrager is veroorzaakt (hierna: directe planschade), niet geheel eenduidig. Naar het oordeel van de SAOZ kan uit de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2012 in zaak nr. 201105634/1/A2 worden afgeleid dat het overgangsrecht bij directe planschade geheel en al buiten beschouwing dient te worden gelaten en dat een wijziging in de methode van overgangsrechtelijke bescherming in beginsel niet in de planologische vergelijking dient te worden betrokken. In dit geval zou dat volgens de SAOZ tot de conclusie leiden dat de agrarische bestemming van de grond ter plaatse van de woning niet is veranderd en dat er geen waardevermindering van het gebouw is ontstaan, waarvoor op de voet van artikel 6.1 van de Wro een tegemoetkoming kan worden verleend. Daar staat naar het oordeel van de SAOZ tegenover dat uit de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2011 in zaak nr. 201007810/1/A2 kan worden afgeleid dat bij directe planschade in de planologische vergelijking met het overgangsrecht rekening dient te worden gehouden. In dit geval zou dat volgens de SAOZ tot de conclusie leiden dat de overgangsrechtelijke bescherming van het permanente woongebruik in de nieuwe situatie in nadelige zin is gewijzigd, omdat het gebruik van het gebouw als woning alleen door de bewoners ten tijde van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan mag worden voortgezet en niet meer is toegestaan als zij het gebouw, om wat voor reden dan ook, zelf niet meer gebruiken. Deze beduidend zwakkere overgangsrechtelijke bescherming van het bestaande gebruik betekent in beginsel een beperking van de aanwendingsmogelijkheden en een planologische verslechtering. Tevens brengt dit een risico met zich op het ontstaan van een waardevermindering van het gebouw. Weliswaar heeft een noodwoning in de regel wat betreft afwerking, inhoud en technische staat niet hetzelfde niveau als een reguliere burgerwoning, maar dat neemt niet weg dat zij aan de mogelijkheid tot woongebruik een meerwaarde ontleent, die als gevolg van de wijziging van de overgangsrechtelijke status verloren gaat. Niet valt uit te sluiten dat de planologische beperking, van zaaksgebonden naar persoonsgebonden overgangsrecht, tot een aanmerkelijke waardevermindering heeft geleid, omdat het gebouw niet meer als woning is te verkopen, aldus de SAOZ.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4839bc1e17b1dc0be71deed5c3a35f1e5b25bc32fb8d93934d2450e4e8b09316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4839bc1e17b1dc0be71deed5c3a35f1e5b25bc32fb8d93934d2450e4e8b09316, en de alinea staat in dat document op bytes 9387 tot 11935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4839bc1e17b1dc0be71deed5c3a35f1e5b25bc32fb8d93934d2450e4e8b09316 | shasum -a 256