Citaat | Raad van State 2 maart 2016

Alinea 77 Raad van State 2 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 2 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:547.

Bepalend voor de relatieve bevoegdheidsverdeling van de vijf ressortsrechtbanken is derhalve bij welke vestiging de aanvraag om een toevoeging is ingediend of zou moeten zijn ingediend (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 2 mei 2012 in zaak nr. 201112572/1/A2 en van 12 februari 2014 in zaak nr. 201305459/1/A2). Dat, zoals de raad stelt, het merendeel van de aanvragen om een toevoeging wordt ingediend via het landelijke webportaal van de raad en dat de raad een landelijk postadres gebruikt, doet er niet aan af dat de wet uitgaat van indiening van de aanvraag bij een vestiging van de raad. Een via het landelijke webportaal ingediende aanvraag van een rechtsbijstandsverlener moet aldus worden geacht te zijn ingediend bij de vestiging van de raad in het ressort waar hij kantoor houdt. De Afdeling voegt hieraan toe dat in het geval van een ambtshalve door de raad genomen besluit - in vervolg op een eerder beluit op aanvraag - geldt dat moet worden aangeknoopt bij het ressort waar de betrokken rechtsbijstandsverlener kantoor houdt. Indien uitsluitend de rechtszoekende procedeert over een besluit op grond van de Wrb moet in dit verband worden aangesloten bij het ressort waar de rechtsbijstandsverlener kantoor houdt die namens hem de aanvraag om toevoeging heeft ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05da63cb4958eee5715c5a7e7b56d607965545b2ee6989ba6d031ebe3abb9cb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05da63cb4958eee5715c5a7e7b56d607965545b2ee6989ba6d031ebe3abb9cb2, en de alinea staat in dat document op bytes 20351 tot 21657.