Citaat | Raad van State 19 februari 2016

Alinea 27 Raad van State 19 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 19 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:563.

1.5. De staatssecretaris heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de omstandigheden dat de echtgenote van de vreemdeling de Nederlandse nationaliteit heeft en dat zij zwanger is van hun kind, geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die maken dat overdracht van de vreemdeling aan Oostenrijk van een onevenredige hardheid getuigt. Daarbij heeft de staatssecretaris de in 1.4. genoemde omstandigheden kunnen betrekken en redengevend kunnen achten. De uit de preambule van de Dublinverordening voortvloeiende waarborgen met betrekking tot het familie- en gezinsleven en de belangen van het kind, hebben hun weerslag gevonden in hoofdstuk 3 "criteria voor het aanwijzen van de verantwoordelijke lidstaat" en met name de artikelen 9 en 10. De Dublinverordening beoogt wel waarborgen te bieden voor gezinsleden die asiel hebben aangevraagd om deze zoveel mogelijk bijeen te houden dan wel te blijven. De Dublinverordening is echter niet bedoeld als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij een gezinslid in Nederland kan worden verkregen; hiervoor staan andere regelingen open.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06e2d8a06fa3e86776f51e25b5748c743eb486eda0423dc1863d11f9078f0c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06e2d8a06fa3e86776f51e25b5748c743eb486eda0423dc1863d11f9078f0c89, en de alinea staat in dat document op bytes 11308 tot 12431.