Citaat | Raad van State 9 maart 2016
Alinea 36 Raad van State 9 maart 2016
Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:593.
6.1. [appellant] gaat met zijn betoog voorbij aan de omstandigheid dat het college, zoals het onweersproken in zijn verweerschrift heeft gesteld, de besluiten op de aanvragen van de buren aan de [locatie 2] en [locatie 3] heeft genomen vóór de uitspraak van de Afdeling van 17 april 2013. Anders dan [appellant] aanvoert, is zijn situatie dus niet vergelijkbaar met die van genoemde buren. De omstandigheid dat de aanvragen van die buren zijn gehonoreerd, kan er dus niet toe leiden dat het college gehouden was de aanvraag van [appellant] in te willigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fbc1dded75bb62961667461a71f7f1560ffc96a9ec4ae17d3c127d51f12226c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fbc1dded75bb62961667461a71f7f1560ffc96a9ec4ae17d3c127d51f12226c, en de alinea staat in dat document op bytes 15525 tot 16095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fbc1dded75bb62961667461a71f7f1560ffc96a9ec4ae17d3c127d51f12226c | shasum -a 256