Citaat | Raad van State 9 maart 2016

Alinea 28 Raad van State 9 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:599.

3. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het huisverbod ten onrechte is opgelegd en verlengd. Allereerst heeft de voorzieningenrechter niet onderkend dat de burgemeester niet bevoegd was om hem een huisverbod op te leggen, aangezien een huisverbod alleen kan worden opgelegd aan personen die in de desbetreffende woning wonen. Vast staat dat hij niet in de woning van [ex-partner] woonde. Of hij er anders dan incidenteel verbleef is niet relevant. Verder bestaat volgens hem geen gevaar voor [ex-partner] en zijn zoon en had aan zijn belang om contact te hebben met zijn zoon zwaarder gewicht moeten worden toegekend. Bovendien is in het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld ten onrechte vermeld dat zijn zoon getuige was van het incident dat aanleiding was voor het opleggen van het huisverbod, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5574f7a4b010098fc317aad607de9878ef2b3f1277caae1095e444bb841f68c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5574f7a4b010098fc317aad607de9878ef2b3f1277caae1095e444bb841f68c7, en de alinea staat in dat document op bytes 8909 tot 9770.