Citaat | Raad van State 9 maart 2016
Alinea 31 Raad van State 9 maart 2016
Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:605.
4. [appellant sub 2] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de verklaring van hemzelf in samenhang met de verklaring van vreemdeling 1, voldoende grond biedt voor de conclusie dat vreemdeling 2 werkzaamheden voor hem heeft verricht. Volgens [appellant sub 2] heeft de rechtbank niet onderkend dat hij niet uit eigen beweging over vreemdeling 2 heeft verklaard en dat hem naar aanleiding van de verklaring van vreemdeling 1, vragen over vreemdeling 2 zijn gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b3322a033ea77ab11f00190be7bc2bddda5fff97071ed57d3e07340e9e9d2f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b3322a033ea77ab11f00190be7bc2bddda5fff97071ed57d3e07340e9e9d2f8, en de alinea staat in dat document op bytes 10000 tot 10502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b3322a033ea77ab11f00190be7bc2bddda5fff97071ed57d3e07340e9e9d2f8 | shasum -a 256