Citaat | Raad van State 9 maart 2016

Alinea 30 Raad van State 9 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:606.

In de brief met bijlage van de Präsidentin des Landtags Nordrhein-Westfalen van 27 mei 2010 is vermeld dat [echtgenote] niet in aanmerking komt voor automatische verkrijging van de Duitse nationaliteit, omdat alleen haar moeder de Duitse nationaliteit bezat en de Duitse nationaliteit tot 1 april 1953 alleen via de vader op de kinderen overging. Voorts volgt uit de brief van Stadt Herne van 27 oktober 2010 dat [echtgenote] de kosten voor inburgering niet behoeft te voldoen en niet dat zij vanaf haar geboorte de Duitse nationaliteit bezat. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de minister zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat [echtgenote] de Duitse nationaliteit bezat op het moment dat hij de Duitse nationaliteit verkreeg en hij gelet op artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap het Nederlanderschap heeft verloren op 29 april 2010.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ba34c749c89a74b2d2e4c4ccbc9a9ab80a76751c6aa59ced1afd88ad67fd4eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ba34c749c89a74b2d2e4c4ccbc9a9ab80a76751c6aa59ced1afd88ad67fd4eb, en de alinea staat in dat document op bytes 9043 tot 10006.