Citaat | Raad van State 13 januari 2016

Alinea 32 Raad van State 13 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:61.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte de handhaving van de afwijzing heeft onderschreven. Hiertoe voert zij aan dat de rechtbank heeft miskend dat de staatssecretaris haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende bij zijn beoordeling heeft betrokken. Zij wijst erop dat zij vóór haar detentie in het onderwijs werkte, in het kader van haar resocialisatie is begeleid naar werk in het onderwijs en na haar detentie op grond van door de burgemeester van Alkmaar afgegeven VOG's in het onderwijs heeft gewerkt. Door de afwijzing van haar aanvraag is zij in haar onderwijsloopbaan belemmerd, haar inkomen uit werk kwijtgeraakt en in financiële problemen gekomen. Voorts voert zij aan dat er geen recidiverisico is. In dit kader heeft de rechtbank volgens haar ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris niet gehouden was ten behoeve van de beoordeling van dit risico een reclasseringsrapportage te laten opmaken. Hierbij wijst zij erop dat de staatssecretaris in juni 2014 aan de Tweede Kamer heeft toegezegd dat beter met de reclassering zal worden samengewerkt en bij de beoordeling van VOG-aanvragen maatwerk zal worden geleverd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bb3d689191d1807dc981a72a2e075aa098b82bcd8f865720120e773dbe72def. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bb3d689191d1807dc981a72a2e075aa098b82bcd8f865720120e773dbe72def, en de alinea staat in dat document op bytes 12535 tot 13699.