Citaat | Raad van State 9 maart 2016

Alinea 24 Raad van State 9 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:620.

Voorts maakt de staatssecretaris volgens [appellant] in de beleidsregels ten onrechte geen onderscheid tussen verschillende soorten zedendelicten. Uit de nadere verklaring van Mulder van 25 augustus 2015 volgt dat de recidivekans van veroordeelden voor het bezit van kinderpornografie kan worden onderverdeeld in de kans op terugval in eenzelfde delict, te weten het downloaden van kinderpornografie, kans op een hands-on delict, te weten misbruik van een kind, en kans op een ander delict, zoals misbruik van ouderen. Volgens de verklaring van Mulder volgt uit wetenschappelijk onderzoek dat 3,4% van de veroordeelden binnen zes jaar weer kinderpornografie gaat downloaden, pleegde 2% een hands-on delict en is een relatie met andere vormen van misbruik, zoals van ouderen, in het geheel niet gevonden. Volgens voormelde verklaring volgt uit het onderzoek dat er een groep van internetdaders is die een laag risico heeft in de toekomst tot misbruik te zullen overgaan. [appellant] behoort volgens de verklaring van Mulder tot de laatste groep. Ter toelichting verwijst [appellant] naar de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2013 in zaak nr. 201202835/1/A3. Aldus staat het feit waarvoor hij is veroordeeld niet in de weg aan het doel waarvoor de vog wordt gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78f820f5dd9a881e8f2842d5e86dfe317d542eec6c87beb6f820e426b1c4fda9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78f820f5dd9a881e8f2842d5e86dfe317d542eec6c87beb6f820e426b1c4fda9, en de alinea staat in dat document op bytes 8706 tot 9988.