Citaat | Raad van State 9 maart 2016

Alinea 39 Raad van State 9 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:620.

2.2. Bij de beoordeling of aan het objectieve criterium is voldaan ingeval het gaat om een betrokkene die een zedendelict heeft begaan en die een vog vraagt ten behoeve van een functie waarin zich een afhankelijkheidsrelatie voordoet, bieden de beleidsregels geen ruimte voor een beoordeling van de vraag of het specifieke soort zedendelict dat is begaan objectief gezien indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en op de overige omstandigheden van het geval, feitelijk een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de specifieke functie, taak of bezigheid waarvoor de vog is gevraagd. Volgens de beleidsregels vormt elke zedendelict een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van elke functie, taak of bezigheid waarin zich een afhankelijkheidsrelatie voordoet en waarvoor een vog is aangevraagd. De Afdeling acht dit beleid in het licht van de ter zake geldende wettelijke bepaling te grofmazig. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat uit verklaring van Mulder van 25 augustus 2015, die hiervoor onder 2 is vermeld, volgt dat tussen het bezit van kinderpornografie en zedendelicten tegen volwassenen geen verband bestaat. Die verklaring is mede gebaseerd op vakliteratuur en wetenschappelijk onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78f820f5dd9a881e8f2842d5e86dfe317d542eec6c87beb6f820e426b1c4fda9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78f820f5dd9a881e8f2842d5e86dfe317d542eec6c87beb6f820e426b1c4fda9, en de alinea staat in dat document op bytes 14662 tot 15919.