Citaat | Raad van State 9 maart 2016

Alinea 177 Raad van State 9 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:644.

27.2. In het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. Weliswaar heeft [appellant sub 7] in het verleden een verzoek ingediend om ter plaatse een woning op te mogen richten, welk verzoek is afgewezen, maar in het kader van het nu voorliggende bestemmingsplan heeft [appellant sub 7] geen concreet initiatief ingediend voor het oprichten van een woning. Daarom heeft de raad bij de vaststelling van dit plan geen rekening hoeven houden met de wens van [appellant sub 7] op de gronden in de toekomst een woning op te richten. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid geen woonbestemming op hoeven te nemen voor het desbetreffende deel van de gronden van [appellant sub 7].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9b9ea08db3dbab67abfb181a68a8b58b0b3f9d37d3921d90aea21451495d808. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9b9ea08db3dbab67abfb181a68a8b58b0b3f9d37d3921d90aea21451495d808, en de alinea staat in dat document op bytes 76355 tot 77557.