Citaat | Raad van State 9 maart 2016

Alinea 32 Raad van State 9 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:644.

De raad heeft zich onder deze omstandigheden in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het als woning bestemmen van het pand, in strijd met het door hem gevoerde beleid in planologisch opzicht een nieuwe woning in het buitengebied mogelijk zou maken. De raad heeft voorts terecht gesteld dat dit in strijd is met artikel 4.2, tweede lid, van de PRV. Hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niettemin een woonbestemming aan het gebouw had moeten toekennen. Dat, naar [appellant sub 1] heeft gesteld, het pand sinds 1975 wordt bewoond en dat daartegen niet handhavend is opgetreden, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat daarmee bij hem het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat niet meer handhavend zou worden opgetreden tegen de illegaal gerealiseerde woning. Ter zitting heeft de raad gesteld dat zodra het gebruik dat valt onder het in het plan opgenomen persoonsgebonden overgangsrecht is geëindigd, tegen de in het pand aangebrachte woonvoorzieningen bestuurlijke handhavingsmaatregelen zullen worden getroffen, omdat deze zijn aangebracht zonder de vereiste bouwvergunning. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid ervan kunnen afzien het gebouw als woning in het plan te bestemmen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9b9ea08db3dbab67abfb181a68a8b58b0b3f9d37d3921d90aea21451495d808. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9b9ea08db3dbab67abfb181a68a8b58b0b3f9d37d3921d90aea21451495d808, en de alinea staat in dat document op bytes 10800 tot 12087.