Citaat | Raad van State 16 maart 2016

Alinea 22 Raad van State 16 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:681.

2. De raad stelt zich op het standpunt dat het beroep van [appellant] en anderen niet-ontvankelijk is, omdat niet aan de indieningsvereisten voor een beroepschrift is voldaan. De gemachtigde van [appellant] en anderen, [gemachtigde], heeft een pro forma beroepschrift ingediend zonder de namen te noemen van degenen namens wij hij beroep heeft ingesteld. Pas na afloop van de beroepstermijn heeft [gemachtigde] in het aanvullende beroepschrift de namen van [appellant] en anderen genoemd en machtigingen van hen overgelegd. De raad wijst er daarbij op dat één van de machtigingen pas na de beroepstermijn is ondertekend. De andere machtiging is volgens de raad onvoldoende specifiek om de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [gemachtigde] te kunnen bepalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e82a7b5e6d87c36c8744f706c48f20b745034682db3810ac1db07fa5b5928e5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e82a7b5e6d87c36c8744f706c48f20b745034682db3810ac1db07fa5b5928e5e, en de alinea staat in dat document op bytes 6170 tot 6956.