Citaat | Raad van State 13 januari 2016

Alinea 38 Raad van State 13 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:7.

De stichting heeft aan het besluit van 23 december 2014, waarbij zij het besluit van 5 mei 2014 heeft gehandhaafd, het volgende ten grondslag gelegd. De Algemene Voorwaarden voor Borgtocht van de stichting bevat een zogenoemde kwijtscheldingsregeling. Volgens deze regeling moet de aanvrager om kwijtschelding van een verlies aan twee criteria voldoen om voor kwijtschelding in aanmerking te komen: de aanvrager is te goeder trouw ten aanzien van het niet kunnen betalen van de lening en heeft zijn volledige medewerking verleend aan het vermijden of beperken van het verlies. Aan het eerste criterium is voldaan als een aanvrager ten gevolge van relatiebeëindiging, niet-verwijtbare werkloosheid of arbeidsongeschiktheid de lening niet kon aflossen. Uit het dossier van de geldverstrekker is gebleken dat vanaf juli 2007 een betalingsachterstand is ontstaan, dat de laatste reguliere betaling op 1 juli 2009 is gedaan en dat de totale betalingsachterstand is opgelopen tot € 30.224,20. Verder heeft in november 2008 [appellant B] met zijn partner de woning [locatie 2] in [woonplaats] en [appellant A] met zijn partner de woning [locatie 3] in [woonplaats] (hierna ook: de nieuwe woningen) gekocht. Zij hebben voor de financiering van deze woningen hypothecaire leningen afgesloten en zijn in die woningen gaan wonen. Na het vertrek van [appellant] uit de woning [locatie 1] is de moeder van [appellant] in die woning blijven wonen tegen een huur van € 400,00 per maand. [appellant] heeft de woning daarom niet bij een makelaar te koop gezet. De verhuur van de woning heeft plaatsgevonden zonder toestemming van de geldverstrekker, hetgeen volgens de regels van de stichting niet is toegestaan. Het ontstane verlies is niet een gevolg van de inkomensdaling vanaf 2011 en het latere faillissement van de onderneming van [appellant A], zoals [appellant] heeft gesteld, maar van het afsluiten van de twee hypothecaire leningen voor de nieuwe woningen en het niet tijdig te koop zetten van de woning [locatie 1], waardoor [appellant] de last van drie hypothecaire leningen had te dragen. Deze omstandigheden hebben geleid tot de betalingsachterstand en de gedwongen onderhandse verkoop van de woning [locatie 1]. Het verlies op de verkoop van die woning is daarmee een gevolg van de eigen keuzes van [appellant]. De kwijtscheldingsregeling is niet bedoeld voor een op deze wijze ontstaan verlies.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afceb033c7ac3de5915a0e01be558311342e622a51cdb3c100794d7208b8d7c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afceb033c7ac3de5915a0e01be558311342e622a51cdb3c100794d7208b8d7c5, en de alinea staat in dat document op bytes 14563 tot 16974.