Citaat | Raad van State 13 januari 2016

Alinea 42 Raad van State 13 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:70.

4.1. Indien al sprake zou zijn van in strafrechtelijke zin onrechtmatig verkregen bewijs, hetgeen overigens niet is komen vast te staan, dan betekent dat niet dat het gebruik daarvan in deze bestuursrechtelijke procedure niet zou zijn toegestaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 24 december 2013 in zaak nr. 201303963/1/A1; www.raadvanstate.nl), bestaat geen rechtsregel die ieder gebruik verbiedt van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs en is in het administratiefrechtelijk geding zodanig bewijs slechts dan niet toegestaan indien het is verkregen op een wijze, die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. Mede gezien de uit het dossier blijkende, door Mentrum, waar [appellant] onder behandeling was, aan de politie gedane melding over zijn geestelijke toestand en de door de hulpofficier verleende machtiging tot binnentreden, is een zodanige handelwijze van de overheid hier niet aan de orde. Dat de politie, naar gesteld door [appellant], het recht op respect voor zijn privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM heeft geschonden, maakt, wat daarvan zij, derhalve niet dat de staatssecretaris geen gebruik mocht maken van de door [appellant] afgelegde verklaring en de processen-verbaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19fca972fdf8afcb149391a9d92469d48f3a9cb4951cc43be7c14a612c54689a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19fca972fdf8afcb149391a9d92469d48f3a9cb4951cc43be7c14a612c54689a, en de alinea staat in dat document op bytes 14225 tot 15618.