Citaat | Raad van State 16 maart 2016

Alinea 96 Raad van State 16 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:709.

10.3. In de voornoemde notitie van Witteveen+Bos zijn eveneens de bevindingen van het onderzoek naar slagschaduw opgenomen. Anders dan [appellante sub 2] veronderstelt, is de werkhaven in dit onderzoek betrokken. Ook in zoverre mist het betoog feitelijke grondslag. De ministers schrijven in het verweerschrift echter abusievelijk dat de werkhaven in dit onderzoek receptor F is. Uit de afbeeldingen in de notitie volgt dat voor de werkhaven receptor E van belang is. Volgens de notitie ontstaat bij receptor E in de perioden 5-25 april, de hele maand juni, 1-11 juli, 18-31 augustus en 1-7 september in de ochtend enige schaduwwerking, van ten hoogste 35 minuten per dag. De Afdeling is van oordeel dat de ministers zich op basis hiervan in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat in de werkhaven geen onaanvaardbare schaduwhinder zal ontstaan. Daarom faalt het betoog ook in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd70f0adf121cc6c1dfc63c2595ee3dc9ee73743d5458b7738b5b65149e50363. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd70f0adf121cc6c1dfc63c2595ee3dc9ee73743d5458b7738b5b65149e50363, en de alinea staat in dat document op bytes 36405 tot 37319.