Citaat | Raad van State 16 maart 2016
Alinea 190 Raad van State 16 maart 2016
Een alinea uit Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:722.
28.2. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan voor zover nodig zelf in de zaak worden voorzien en kunnen de rechtsgevolgen van het besluit van 25 april 2013 voor het overige in stand worden gelaten. Anders dan [appellante sub 2] en [appellant sub 4] menen, is dit niet in strijd met de volgens hen in de Wet milieubeheer geïmplementeerde verplichting van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling dat bij de voorbereiding van een besluit zoals thans aan de orde beoordeeld dient te worden of een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De rechtbank is ook van het bestaan van deze verplichting uitgegaan. Dit heeft tot vernietiging van het besluit van 25 april 2013 geleid. Voorts is geoordeeld dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat het college bij besluit van 11 april 2014 in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat geen milieueffectrapport opgesteld dient te worden. Wanneer het college een nieuw besluit op de aanvraag zou dienen te nemen, zal het reeds daarom niet nogmaals hoeven te beoordelen of een milieueffectrapport dient te worden opgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1260d08dc465a087abbdafee175058a3985b9aae7b094b8ec5efb59579dec0d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1260d08dc465a087abbdafee175058a3985b9aae7b094b8ec5efb59579dec0d5, en de alinea staat in dat document op bytes 85273 tot 86369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1260d08dc465a087abbdafee175058a3985b9aae7b094b8ec5efb59579dec0d5 | shasum -a 256