Citaat | Raad van State 16 maart 2016
Alinea 110 Raad van State 16 maart 2016
Een alinea uit Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:732.
20.2. Volgens de staatsraad advocaat-generaal is de toepassing van het relativiteitsvereiste in dit geval niet in strijd is met de Unierechtelijke implementatie van het Verdrag van Aarhus, omdat deze eis toelaatbaar is binnen de beperkingsmogelijkheid van het ‘hebben van een voldoende belang’. Daarbij heeft hij overweging 32 van het arrest van het Hof van Justitie 15 oktober 2015, C-137/14, ECLI:EU:C:2015:683, Commissie tegen Duitsland (www.curia.europa.eu) van belang geacht. In dat arrest stond een Duitse regeling ter discussie waarin zowel voor de ontvankelijkheid van een beroep van een particulier als voor de nietigverklaring van een overheidsbesluit door de rechter wordt vereist dat jegens de appellant een subjectief recht is geschonden. Het Hof van Justitie was van oordeel dat een lidstaat op grond van artikel 11 van de richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling zowel voor de ontvankelijkheid van een beroep van een particulier als voor de nietigverklaring van een overheidsbesluit door de rechter voorwaarden kan stellen, zoals het vereiste dat inbreuk is gemaakt op een subjectief recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bbb1bc2d8e282ed67c15e336fe7c912073f28e9216586ea0abc7bd6bef4dd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bbb1bc2d8e282ed67c15e336fe7c912073f28e9216586ea0abc7bd6bef4dd93, en de alinea staat in dat document op bytes 39785 tot 40915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bbb1bc2d8e282ed67c15e336fe7c912073f28e9216586ea0abc7bd6bef4dd93 | shasum -a 256