Citaat | Raad van State 16 maart 2016

Alinea 88 Raad van State 16 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:734.

7.6. De Omgevingsverordening staat krachtens artikel 2.8.3.1, eerste lid, eveneens een mestvergistingsinstallatie toe op een vrijkomende agrarische locatie. De Afdeling kan de raad niet volgen in het betoog dat ook sprake kan zijn van een vrijgekomen agrarische locatie indien de activiteiten van het agrarische bedrijf ter plaatse nog niet zijn gestaakt. Ook in het door de raad genoemde amendement op de Omgevingsverordening van 24 september 2014, kenmerk PS2014-51, ziet de Afdeling geen argument voor dit betoog. Het begrip "vrijkomende agrarische locatie" dient te worden opgevat als een locatie waar de bestaande agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd of op korte termijn beëindigd gaan worden. Het agrarische bedrijf, waartoe de mestvergistingsinstallatie behoort, was ten tijde van de vaststelling van het plan in bedrijf en het bedrijf heeft niet de bedoeling zijn agrarische activiteiten ter plaatse te beëindigen. De raad heeft zich derhalve ten onrechte op het standpunt gesteld dat het plangebied kan worden aangemerkt als een vrijkomende agrarische locatie. Artikel 2.8.3.1, eerste lid, van de Omgevingsverordening staat de beoogde mestvergistingsinstallatie niet toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbd328221a7a19fa13bda4a69e29664f052a95f6faa9a28806ee7cbe8a311ec9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbd328221a7a19fa13bda4a69e29664f052a95f6faa9a28806ee7cbe8a311ec9, en de alinea staat in dat document op bytes 44569 tot 45775.