Citaat | Raad van State 16 maart 2016

Alinea 27 Raad van State 16 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:735.

3. [appellante] heeft betoogd dat de intrekking van haar Nederlanderschap niet gerechtvaardigd is wegens de gevolgen ervan voor haar verlies van de rechten die elke burger van de Unie geniet. Hiertoe heeft zij het volgende aangevoerd. Zij heeft het onder 1. vermelde strafbare feit niet opzettelijk verzwegen. Zij heeft het strafbare feit niet op de waarheidsverklaring ingevuld, omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat buiten Nederland gepleegde strafbare feiten niet relevant waren voor de naturalisatieprocedure. Verder heeft zij de waarheidsverklaring niet goed begrepen, omdat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. De strafrechtelijke veroordeling vormt geen permanente belemmering voor naturalisatie tot Nederlander. Na afloop van de rehabilitatietermijn zou zij immers zonder problemen kunnen naturaliseren. Zij is verder slechts één keer veroordeeld. Het verlies van het Nederlanderschap heeft staatloosheid tot gevolg. Haar is geen termijn gegund om haar oorspronkelijke Ghanese nationaliteit te herkrijgen. De verblijfsrechten van haar kinderen zijn afhankelijk van haar nationaliteit. Door de intrekking van het Nederlanderschap verliezen haar kinderen hun verblijfsrecht in België. Het tijdsverloop tussen de verlening en de intrekking van het Nederlanderschap bedraagt tien jaar, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e822826d74bb494545ff8419ac315e6005b48dc61d33a8a67cf26588cbee8e51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e822826d74bb494545ff8419ac315e6005b48dc61d33a8a67cf26588cbee8e51, en de alinea staat in dat document op bytes 12062 tot 13405.