Citaat | Raad van State 13 januari 2016

Alinea 154 Raad van State 13 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:75.

In dit verband wijst de Afdeling er echter op dat het Hof dit in deze arresten heeft overwogen in het kader van zijn taak de verwijzende rechter een nuttig antwoord te geven bij de beoordeling of de prejudiciële vraag ontvankelijk is, dan wel bij de beoordeling van zijn eigen bevoegdheid tot beantwoording van de prejudiciële vragen (bijvoorbeeld het arrest Venturini, punten 24-29, het arrest van het Hof van 13 februari 2014 in zaak C-367/12, Sokoll-Seebacher, ECLI:EU:C:2014:68, punten 9-12, het arrest van het Hof van 11 juni 2015 in zaak C-98/14, Berlington Hungary, ECLI:EU:C:2015:386, punten 23 tot en met 28, en het arrest van het Hof van 15 oktober 2015 in zaak C-168/14, Grupo Itevelesa SL, ECLI:EU:C:2015:685, punten 34 tot en met 37).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df74a0d5b75abe859a226fa6dc45d04389b8a918f64590a06351228ad3c4ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df74a0d5b75abe859a226fa6dc45d04389b8a918f64590a06351228ad3c4ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 62645 tot 63407.