Citaat | Raad van State 13 januari 2016
Alinea 158 Raad van State 13 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:75.
19.7. Enerzijds lijkt uit punt 34 van het arrest Libert en uit punt 25 van het arrest Venturini te kunnen worden afgeleid dat voldoende is dat geenszins kan worden uitgesloten dat zo’n vestiging plaats zal vinden. Ook punt 41 van het arrest Trijber en Harmsen lijkt in deze richting te wijzen, waar het Hof overweegt "dat van deze dienst ook gebruik kan worden gemaakt door de burgers van andere lidstaten en de betrokken regeling een belemmering kan vormen voor de toegang tot de markt van alle dienstverrichters, daaronder begrepen die welke afkomstig zijn uit andere lidstaten en die zich in Nederland willen vestigen om een dergelijke dienst aan te bieden". De enkele omstandigheid dat afnemers van de desbetreffende dienst afkomstig zouden kunnen zijn uit een andere lidstaat dan wel dienstverrichters uit een andere lidstaten deze dienst zouden kunnen aanbieden, lijkt volgens die arresten voldoende te zijn om uit te gaan van een grensoverschrijdende situatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df74a0d5b75abe859a226fa6dc45d04389b8a918f64590a06351228ad3c4ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df74a0d5b75abe859a226fa6dc45d04389b8a918f64590a06351228ad3c4ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 64640 tot 65622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6df74a0d5b75abe859a226fa6dc45d04389b8a918f64590a06351228ad3c4ab0 | shasum -a 256