Citaat | Raad van State 23 maart 2016

Alinea 33 Raad van State 23 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:757.

6. [appellant] betoogt ten slotte dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de planschade die de plandelen VI, VII en VIII met zich brengen voor hem voorzienbaar was. Aangezien op het moment dat hij het perceel kocht niet zeker was wat er met de gronden waarop de plandelen VI, VII en VIII zien zou gaan gebeuren, kon met negatieve ontwikkelingen ook geen rekening worden gehouden, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0f014f48a1d68291c42fdb59f841f75bbf29f432566943fe722d0b376c7b68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0f014f48a1d68291c42fdb59f841f75bbf29f432566943fe722d0b376c7b68, en de alinea staat in dat document op bytes 12358 tot 12780.