Citaat | Raad van State 23 maart 2016

Alinea 54 Raad van State 23 maart 2016

Een alinea uit Raad van State 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:794.

14.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 17 juni 2015 in zaak nr. 201406591/1/A2), is de Afdeling een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan, als bedoeld in artikel 1:4, eerste lid, gelezen in samenhang met het tweede lid, van de Awb, dat ingevolge artikel 30b van de Wet op de Raad van State is belast met de berechting van de bij de wet aan haar opgedragen geschillen. De jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (bijvoorbeeld het arrest van 6 mei 2003, nrs. 39343/98, 39651/98, 43147/98 en 46664/98 (www.ehcr.co.int), AB 2003, 11) biedt geen grond voor het oordeel dat de Afdeling niet aan de in artikel 6, eerste lid, en artikel 13 van het EVRM vermelde vereisten voldoet. Dat [appellant] zich niet kan vinden in de jurisprudentie van de Afdeling is onvoldoende om de onpartijdigheid van de Afdeling in twijfel te trekken. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c38946edd00f233db3ea681eba8414eda10550479a692e5eeca3813146dfe0d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c38946edd00f233db3ea681eba8414eda10550479a692e5eeca3813146dfe0d8, en de alinea staat in dat document op bytes 25777 tot 26689.