Citaat | Raad van State 20 januari 2016
Alinea 32 Raad van State 20 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:85.
3.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 4 maart 2015 in zaak nr. 201108892/1/A3) heeft het recht op inzage als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wbp, uitsluitend betrekking op de persoon betreffende gegevens die vallen onder het bereik van de Wbp. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) heeft in het arrest van 17 juli 2014 in gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, inzake Y.S. tegen de minister voor Immigratie en Asiel onderscheidenlijk de minister voor Immigratie en Asiel tegen M. en S. (ECLI:EU:C:2014:2081), over de wijze van verstrekking van deze gegevens overwogen dat het aan de lidstaten is om te bepalen welke concrete materiële vorm die verstrekking moet krijgen, mits deze in begrijpelijke vorm geschiedt. Voor zover aan de met het recht op inzage nagestreefde doelstelling volledig kan worden voldaan met een andere vorm van verstrekking kan de betrokkene aan artikel 12, aanhef en onder a, van de Privacyrichtlijn geen recht ontlenen om een afschrift te verkrijgen van het originele document of bestand waarin hem betreffende gegevens staan, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56fcede19fa9cd4e467af38492c939ea3f0824c9d5edd1b5788114d579a0318c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56fcede19fa9cd4e467af38492c939ea3f0824c9d5edd1b5788114d579a0318c, en de alinea staat in dat document op bytes 10585 tot 11718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56fcede19fa9cd4e467af38492c939ea3f0824c9d5edd1b5788114d579a0318c | shasum -a 256